'O, de natuurkundewetten en de logica... het numeriek systeem... het beginsel van de algebraïsche substitutie. Dat zijn spoken. We geloven er alleen zo diep in dat ze werkelijk schijnen te zijn.'
'Mij schijnen ze heel werkelijk toe,' zegt John.
'Ik snap het niet' zegt Chris.
Dus ga ik verder. 'Het is bijvoorbeeld iets volkomen normaals om aan te nemen dat de zwaartekeacht en de wet van de zwaartekracht reeds bestonden voor Isaac Newton. Het zou erg dwaas klinken als je dacht dat er tot de zeventiende eeuw geen zwaartekracht bestond.'
'Natuurlijk.'
'Wanneer is die wet dan begonnnen? Heeft hij altijd al bestaan?'
John fronst en vraag zich af waar ik naartoe wil.
'Waar ik op aanstuur,' zeg ik, 'is het besef dat voor het begin van de aarde, voor de zon en de sterren werden gevormd voor er ook maar iets in oerstadium tot stand kwam, de wet van de zwaartekracht bestond.'
'Zeker.'
'En daar, zonder eigen massa, zonder eigen energie, niet in iemands geest, want er was niemand, niet in de ruimte, want er was evenmin ruimte, nergens - zou de wet van de zwaartekracht reeds bestaan hebben?'
Nu schijnt John niet meer zo zeker.
'Als die zwaartekracht wet bestond,' zeg ik, 'weet ik eerlijk niet wat iets moet doen om niet te bestaan. Het komt mij voor dat de wet van de zwaartekracht werkelijk iedere mogelijke niet-bestaanstest heeft doorstaan. Je kunt geen enkele hoedanigheid van niet-bestaan bedenken die de wet van de zwaartekracht niet bezat. Of ook maar een enkele wetenschappelijke hoedanigheid van bestaan die hij wel bezat. En toch behoort het nog altijd tot het "gezonde verstand" om te geloven dat hij bestond.'
John zegt: 'Ik geloof dat ik daarover zou moeten nadenken.'
'Dan kan ik je wel voorspellen dat je, als je er lang genoeg over blijft denken, zult merken hoe je om en om en om en om gaat, tot je ten slotte de enig mogelijke rationele, intelligente conclusie trekt. De wet van de zwaartekracht en de zwaartekracht zelf bestonden niet vóór Isaac Newton. Geen enkele andere conclusie is zinnig.
En wat dat wil zeggen,' zeg ik voor hij me in de rede kan vallen, 'wat dat wil zeggen is dat de wet van de zwaartekracht nergens bestaat behalve in het hoofd van de mensen! Het is een spook! Wij allemaal zijn bijzonder arrogant en verwaand als we andermans spoken van de kaart willen vegen, maar even onwetend en barbaars en bijgelovig als het die van onszelf betreft.'
'Waarom gelooft dan iedereen in de wet van de zwaartekracht?'
'Massahypnose. In een uiterst orthodoxe vorm, die wij kennen onder de naam "onderwijs".'
'Je wilt zeggen dat de docent zijn leerlingen hypnotiseert om ze in de wet van de zwaartekracht te laten geloven?'
'Zeker.'
'Dat is absurd.'
'Je hebt toch wel eens gehoord hoe belangrijk het oogcontact is in een klaslokaal? Iedere onderwijsdeskundige legt er de nadruk op. Niet één onderwijskundige heeft er een verklaring voor.'
John schudt zijn hoofd en schenkt me nog een borrel in. hij houdt zijn hand aan zijn mond en in een speels terzijde fluistert hij tegen Sylvia: 'Weet je, de meeste tijd lijkt hij zo'n normale vent!'
uit: Zen & de kunst van het motoronderhoud - Robert M. Pirsig